Zoutinname beïnvloed door bittere smaak

In Amerika is een onderzoek gedaan naar de inname van zout. De groep die hierbij onderzocht is heeft minimaal twee risicofactoren voor een hartziekte. Die groep deed mee in een onderzoek naar het reduceren van cardiovasculaire risico’s. De onderzoekers hebben gekeken naar de eetgewoonten van de groep participanten, in combinatie met een bepaalde gen die de smaak van mensen beïnvloedt.

 

Gen

Zoals er genen zijn voor alle processen in je lichaam, is er ook een gen dat regelt hoe men smaak ervaart. Voor dit gen zijn er bepaalde genotypes. Het verschil tussen mensen hierin zorgt ervoor dat jij smaak anders ervaart dan je buurman. Een bepaalde combinatie binnen het gen zorgt er bijvoorbeeld voor dat je een bittere smaak heftiger of minder heftig dan gemiddeld ervaart.
 

Smaak en zout

De onderzoekers zijn ervan overtuigd dat een verhoogde zoutinname de tegenhanger is voor het heftig(er) ervaren van een bittere smaak. Dus wanneer iemand de bittere smaak heftig ervaart zal er meer zout gebruikt worden als tegenhanger voor de bittere smaak. Er zijn ook een aantal andere factoren die de smaak van het eten kunnen beïnvloeden zoals roken, gewicht, leeftijd en het gebruik van medicijnen voor de bloeddruk. Het verschil in smaak gerelateerd aan genetica is dus niet de enige reden voor het eten van grotere hoeveelheden zout.
 

Wat kunnen we met die kennis?

De kennis over het genotype en dus de aanleg voor smaak kan diëtisten helpen om een zo goed mogelijk dieet samen te stellen voor bijvoorbeeld hartpatiënten. De diëtisten kunnen voorspellen of een patiënten meer zout zullen nuttigen door de aanleg en kunnen hierop inspelen door een dieet te maken wat de inname van zout minimaliseert.

Het nuttigen van meer zout dan voorgeschreven door de schijf van vijf is een risicofactor voor het ontwikkelen van een hoge bloeddruk, wat vervolgens kan leiden tot een hartaanval of een infarct.